Koningklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond Landelijke Vereniging ter Bevordering van de Kennis van Archeologie, Architectuur- en Bouwgeschiedenis, Cultuurlandschap en Monumenten

Algemene ledenvergadering

De KNOB is een vereniging met zowel individuele als institutionele leden. Minimaal eenmaal per jaar wordt een Algemene Ledenvergadering (ALV) belegd.

De ALV 2008 werd gehouden op 26 april in het Gemeentemuseum van Schiedam, gevolgd door een lezingenprogramma en excursie. Tijdens deze vergadering werd de voorzittershamer door jhr. ir. D.L. Six doorgegeven aan mr. W.M.N. Eggenkamp en bood de vertrekkende voorzitter de KNOB een nieuwe prijs aan voor jong academisch talent, zie het verslag.  

Verslag van de Algemene Ledenvergadering KNOB op 26 april 2008 in Schiedam

Op 26 april 2008 hield de KNOB zijn Algemene Ledenvergadering in de voormalige kerkzaal van het Sint Jacobsgasthuis (nu Stedelijk Museum) te Schiedam. De vergadering kreeg een feestelijk tintje door de uitreiking van de KNOB-erepenning aan de heer mr. G.W. van Herwaarden en de introductie van de KNOB-aanmoedigingsprijs voor jong onderzoekstalent. Na een woord van welkom opende voorzitter Jhr. ir. D.L. Six de vergade­ring. Aangezien er geen op- of aanmerkingen waren op de notulen van de Algemene Ledenvergadering van 11 september 2007 ten kantore van de KNOB in Amsterdam werden deze ongewijzigd vastgesteld.

 

Financiën en goedkeuring jaarstukken door de kascommissie

De penningmeester, de heer A. Met, deelt de vergadering mee dat het afgelopen jaar niet gemakkelijk is geweest voor de KNOB. Zoals bekend heeft de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumen­ten (RACM) eind 2006 te kennen gegeven dat de subsidie voor de acti­viteiten van de Bond zou worden gestaakt. Over het jaar 2007 werd nog wel subsidie ontvangen, maar het aantal KNOB-leden liep terug tot 965, waardoor minder inkomsten uit de contributies werden verkregen. De jaarrekening laat een verlies van € 7.500 zien. Belangrijke kostenpos­ten in 2007 vormden de studiedagen. Vooral de studiedag in Amsterdam, georganiseerd in samenwerking met Bureau Monumenten en Archeologie op 2 november 2007, heeft meer gekost dan deze heeft opgebracht. Het BMA zal een groot deel van deze kosten voor zijn rekening nemen, waar­door het jaar toch met een positief resultaat kan worden afgesloten. De heer drs. H. Bollebakker verbaast zich over het tekort dat bij de organisa­tie van de studiedag is ontstaan. De heer Met wijt dit vooral aan de hoge kosten voor catering en zaalhuur, die in dit geval ook commercieel aan BMA worden doorberekend.

De heer Six legt uit dat het bestuur steeds vaker wordt geconfronteerd met de commerciële uitbating van monumentale gebouwen, waardoor de Bond steeds minder kan profiteren van kosteloos locatiegebruik of catering tegen kostprijs.

Het bestuur heeft verschillende maatregelen genomen om de inkomsten van de KNOB te verhogen. Restauratieaannemers en -architecten zijn aangeschreven om een financiële bijdrage te leveren en hierop zijn diver­se positieve reacties ontvangen. Ook heeft het bestuur een steunfonds opgericht met een zogenaamde ANBI-status. Dit maakt donaties aan de Bond fiscaal interessanter voor donateurs. De heer drs. P. Luijckx merkt op dat de Bond Heemschut gebruik maakt van de mogelijkheid om op projectbasis subsidies aan te vragen. Wellicht is dit ook een mogelijkheid voor de KNOB? Hij spreekt zich verder uit voor een nauwere samenwer­king van de KNOB met organisaties met verwante doelstellingen. Juist in deze moeilijke periode zouden zij samen moeten optrekken.

De heer Met deelt de vergadering mee dat, gezien de stopzetting van de subsidiëring aan de Bond, het in het vervolg niet langer nodig is om gebruik te maken van een accountant. 

Het financieel beheer wordt voort­aan in eigen hand gehouden, waarmee de kosten worden gereduceerd. De heer Bollebakker vraagt of de kascommissie niet moet worden uitgebreid naar drie personen. De voorzitter vindt dit niet noodzakelijk, ook omdat de kascommissie in het algemeen uit bekwame personen bestaat. Bovendien zijn er al drie kascommissieleden: twee gewone leden en een reservelid

De voorzitter geeft het woord aan het eerste lid van de kascommissie, de heer ing. F.Th. van Gessel, om de bevindingen over de jaarrekening aan de vergadering mee te delen. De kascommissie heeft op 8 april 2008 in Meer (België) met de penningmeester overleg gevoerd. Op alle vragen van de commissie is door hem op adequate wijze toelichting gegeven en de kascommissie heeft de jaarrekening voor 2007 in orde bevonden. Wel doet zij de volgende aanbevelingen: de accountantskosten en de admini­stratiekosten zouden beter in balans kunnen worden gebracht met de tota­le inkomsten: de jaarlijkse contributie zou eerder geïnd moeten worden; de kosten van de studiedagen dienen beter beheerst te worden, de drukkosten van de uitnodigingen voor een studiedag moeten op de begroting van de betreffende studiedag worden gebracht.  In het algemeen dienen kosten zo veel mogelijk geboekt te worden op de posten waarop ze betrekking hebben. Tevens beveelt de kascommissie aan de voordelen van de gereduceerde contributies voor jeugdleden te evalueren en jaar­lijks de begroting voor het komende jaar te presenteren, zodat deze door de Algemene Ledenvergadering kan worden vastgesteld. De kascommis­sie stelt de vergadering voor de heer Met decharge te verlenen en hem te bedanken voor zijn gevoerde beleid. De vergadering stemt bij acclamatie hiermee in. De voorzitter bedankt de heren Van Gessel en Van der Aa voor hun inzet.

De heer Van Gessel treedt, overeenkomstig de statuten, terug als kascom­missielid. De heer Van der Aa en het reservekaslid de heer H. Hegeman zullen namens de leden van de KNOB de jaarrekening van 2008 contro­leren. De heer Bollebakker is bereid het komende jaar als reservekaslid te fungeren.

 

Toelichting op het Jaarverslag 2007

De voorzitter spreekt zijn waardering uit voor de door het bestuur en de redactie getoonde inzet om de KNOB na de intrekking van de sub­sidie door de RACM te laten voortbestaan. Hiertoe heeft het bestuur op verschillende manieren actie ondernomen. Allereerst is formeel bezwaar ingesteld tegen de intrekking van de subsidie. De uitspraak van de commissie voor bezwaarschriften heeft echter nog niet plaatsgevonden en is bovendien niet bindend voor de Minister waardoor de uitkomst van dit proces onzeker is. Daarnaast hebben het bestuur en de redactie met diverse partijen contact opgenomen om de positie van de KNOB onder de aandacht van onder meer kamerleden te brengen. Een van de uitkomsten hiervan is het zogenaamde Loenerslootoverleg, waarvoor hoogleraren of vertegenwoordigers van de aan universiteiten en hogescholen verbonden vakgroepen op het gebied van archeologie, cultuurlandschap en monumenten zijn uitgenodigd. De eerste  bijeenkomst in kasteel Loe­nersloot stond in het teken van het voortbestaan van de Bond en de wij­ze waarop de universiteiten en hogescholen hieraan konden bijdragen. De waardering voor de activiteiten van de KNOB bleek groot, maar de meeste instellingen konden geen financiële  ondersteuning bieden. Wel werd besloten om voortaan jaarlijks te overleggen. Concreet resultaat was de uitnodiging van ®MIT, het onderzoeksinstituut van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, om te spreken over een vorm van samen­werking, waarbij de KNOB academische gastvrijheid zou worden aan­geboden. Dit betekent onder andere dat de KNOB kosteloos gebruik kan maken van een werkplek aan de faculteit. De huur bij Erfgoed Nederland in Amsterdam was door deze instantie per 1 januari 2008 opgezegd. De aangeboden vervangende ruimte was duur en het bestuur heeft, met het oog op de huidige financiële situatie van de Bond, besloten hier geen gebruik van te maken. Het volledige jaarverslag zal worden gepubliceerd op de website van de KNOB.

 

Toelichting op de samenwerking met ®MIT

De vicevoorzitter, mevrouw drs D.H.H. Scheerhout, licht de samen­werkingsovereenkomst met ®MIT toe. ®MIT, de afkorting staat voor Research, Modificatie, Interventie en Transformatie, zoekt naar een bredere positionering in het erfgoedveld en werkt al langer samen met DOCOMOMO. De faculteit heeft een groot aantal studenten die de res­tauratieopleiding volgen. De ambities van en de kennis bij ®MIT bieden de KNOB de mogelijkheid zich opnieuw te profileren.

De basis van de overeenkomst tussen de KNOB en ®MIT ligt in de aca­demische gastvrijheid. De KNOB kan gebruik maken van een werkplek maar ook van alle mogelijke werkplekondersteuning en faciliteiten zoals de postkamer en de huisdrukkerij.

Dergelijke faciliteiten ontbreken bij Erfgoed Nederland. Bovendien worden, zoals gezegd, daar commerciële huurtarieven gehanteerd, die de KNOB zich in de huidige financiële situatie niet langer kan veroorloven. Bij de samenwerking staat de zelfstandigheid van de KNOB voorop. De heer Bollebakker vraagt of de onafhankelijkheid van de redactie is gegarandeerd. De heer dr. R. Det­tingmeijer, eindredacteur van het bulletin KNOB, benadrukt dat dit het geval zal zijn. De vergadering keurt de samenwerking bij acclamatie goed. De KNOB val vanaf mei 2008 kantoor houden aan de Berlageweg 1, 2628 CR Delft.

 

Toelichting op het beleidsplan 2008/2009

De secretaris, de heer mr. drs. G.H. Medema, geeft een toelichting op het nieuwe beleidsplan dat het bestuur voor de jaren 2008/2009 heeft opgesteld. Gezien de ontwikkelingen rondom de subsidiëring achtte het bestuur het noodzakelijk om het beleidsplan eerder dan voorzien aan te passen. De nieuwe situatie vroeg om een actiever beleid, gericht op de verbreding van het draagvlak van de Bond. Het bestuur heeft de ambitie om de KNOB beter te positioneren in het erfgoedveld. Dit betekent onder andere dat de disciplines archeologie en cultuurlandschap meer aandacht zullen krijgen. Door de integratie van de diverse wetenschappelijke disci­plines binnen erfgoed sluit de KNOB beter aan bij de ontwikkelingen in de huidige monumentenzorg. Dit biedt ook bij de aanvraag van projectsub­sidies voordelen. De heer Bollebakker vraagt of bij de aanvraag van pro­jectsubsidies tevens het Bulletin KNOB  wordt betrokken, waarop de heer Medema bevestigend antwoordt. Het bestuurslid mr. W.M.N. Eggenkamp voegt daaraan toe dat het in de bedoeling ligt om een projectsubsidie aan te vragen voor een studiedag over de achttiende eeuw, waarbij onder andere de uitgave van het bijbehorende themanummer wordt meegenomen. De ver­gadering gaat akkoord met het nieuwe beleidsplan. Het integrale beleids­plan is in te zien op de website van de KNOB.

 

Verhoging contributies

Het stopzetten van de subsidie door de RACM noodzaakt het bestuur tot verhoging van de ledencontributies. De subsidie maakte namelijk zestig procent uit van het totale budget. De heer Met deelt de vergadering mee dat de contributies sinds de invoering van de Euro in 2002 niet meer zijn verhoogd. Indien het indexsysteem van het CBS was aangehouden, zou de contributie voor leden nu rond € 48 liggen. Het bestuur stelt de vergadering voor de contributies voor gewone leden te verhogen van € 40 naar € 65, voor jongeren van € 12 naar € 25, voor 65-plus leden van € 25, naar € 50 en voor de instellingen van € 65, naar

€ 125. Bovendien wil het bestuur een jaarlijkse indexering vaststellen. De heer Van Gessel wijst nog eens op het grote verschil tussen de jeugd­leden en de gewone leden en vraagt het bestuur uit te zoeken hoeveel jeugdleden uiteindelijk gewoon lid worden. Hij had bovendien graag een begroting gezien voor het komende jaar waaruit de gevolgen van de contributieverhoging voor het budget van de Bond inzichtelijk werd gemaakt. De heer Bollebakker pleit er echter voor om studenten tegen een marginaal tarief een lidmaatschap aan te blijven bieden, omdat het aantal leden hierdoor zichtbaar toeneemt en het belang van de KNOB voor universiteiten en hogescholen groeit. Hij vraagt wat de verwachte opbrengsten zijn van de verhoging. De heer Met verwacht dat met de verhoging de begroting voor 2008 sluitend zal zijn. De vergadering gaar bij acclamatie akkoord met de verhoging van de contributies met ingang van 2008.

 

Voordracht erelid KNOB

Het bestuur stelt de vergadering voor om de heer mr. G.W. van Her­waarden te benoemen tot erelid van de KNOB. De heer Six memoreert dat bij het 25-jarig bestaan van de Bond de erepenning voor het eerst is uitgereikt. De KNOB-penning was de eerste penning die de beeldhouwer Hildo Krop (1884-1970) ontwierp. Destijds viel deze in de smaak en het kunstwerk kreeg veel positieve publiciteit. De kunsthistoricus dr. A. Bredius vond echter dat de penning `beter geschikt was om aan een vijand van de bond te worden geschonken'. Ondanks dergelijke kri­tiek was en is de penning juist bedoeld voor iemand die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de Nederlandse oudheidkunde. De penning werd sporadisch — slechts zes maal — uitgereikt, voor het laatst in 2006 aan prof. dr. ir. Temminck Groll voor diens wetenschappelijke werk, zijn verdiensten voor de restauratiepraktijk en zijn inzet voor diverse cultuurhistorische verenigingen. Vandaag wil het bestuur de heer van Herwaarden hiermee eren. De heer Gijs van Herwaarden is jarenlang actief lid van onze bond geweest waarvan van 2000 tot 2005 als secretaris. Ook na zijn terugtreden als secretaris in 2005 bleef hij als adviseur beschikbaar voor het bestuur. Het bestuur is hem zeer dankbaar voor zijn inzet na de intrekking van de subsidie eind 2006. De activiteiten van de heer Van Herwaarden bin­nen de KNOB kenmerken zich door grote inzet, zoals onder meer blijkt uit de gedegen levensberichten in het Bulletin KNOB over personen die een belangrijke rol speelden in de Nederlandse monumentenzorg en zijn zeer nauwkeurige vergadering- en excursieverslagen. Zijn artikel over de geschiedenis van de KNOB ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Bond is op zichzelf al monumentaal en voor de kenbaarheid van de geschiedenis en de betekenis van onze bond onmisbaar.

Natuurlijk wil het bestuur niet alleen stilstaan bij de verdiensten van de heer van Herwaarden voor de KNOB. Ook elders heeft hij veel betekend voor de Nederlandse erfgoedzorg. Van 1974 tot 1987 was hij hoofd van de afdeling Monumenten van de departementale directie Musea, Monumen­ten en Archieven. Vanuit deze functie heeft hij zich altijd expliciet ingezet voor de zaak van particuliere organisaties en van particulier initiatief op het gebied van de monumenten- en erfgoedzorg. Dit werk had niet alleen betrekking op het opstellen van noodzakelijke regelgeving, maar ook op concrete advisering op dit gebied aan de Minister dan wel de staatssecre­taris. Van 1987 tot 1995 is de heer Van Herwaarden secretaris geweest van de Rijkscommissie voor de Monumenten. Daarnaast zette hij zich in voor Icomos en was hij een van de oprichters van de Stichting Bouwhistorisch Onderzoek. Zijn interesse in de dagelijkse restauratiepraktijk blijkt onder meer uit zijn secretarisschap van de stichting het Nationaal Restauratie Centrum te Amsterdam van 1988 tot 1998, het opleidingsinstituut voor het restauratieambacht in de monumentenzorg. De lijst van bestuursfuncties die Gijs binnen monumenten- en erfgoedorganisaties heeft vervuld, kent vrijwel geen einde. We noemen nog zijn functie als secretaris van de Com­missie Buitenplaatsen bij de Raad voor Cultuurbeheer, zijn functie als secretaris voor het bestuur van de Stichting Nederlandse Kastelen en zijn functie als secretaris van het platform Mariaplaats.

De vergadering stemt bij acclamatie en met applaus in met de toekenning van de erepenning aan de heer Van Herwaarden. Hij dankt de vergadering en het bestuur voor dit getoonde eerbewijs, waarbij hij aandacht vraagt voor de vele veranderingen, niet altijd ten goede, die momenteel in het erfgoedbeleid worden doorgevoerd.

 

Bestuurswisseling en aanbieding aanmoedigingspenning voor jong talent

De heer Six deelt de vergadering mee dat hij zich terugtrekt als voorzit­ter. In het afgelopen jaar heeft hij zich, na het vertrek van de heer mr. C. Waal als voorzitter, ingezet om geschikte bestuursleden aan te trek­ken om de KNOB te leiden. Hij draagt de vergadering voor om de heer Eggenkamp te benoemen als voorzitter. De vergadering stemt hier met applaus mee in.

De heer Eggenkamp dankt de vergadering voor het uitgesproken ver­trouwen. Hij spreekt zijn overtuiging uit dat de KNOB met de onder het voorzitterschap van de heer Six uitgezette koers een goede toekomst tegemoet kan gaan, waarbij de bond zich opnieuw in het monumenten­veld als belangrijke speler zal positioneren. De op de vergadering gepre­senteerde documenten vormen daar een goede basis voor. Dit neemt niet weg dat er nog lastige besluiten zullen moeten worden genomen. Hij dankt de heer Six voor zijn inzet in een lastige bestuursperiode, waarin hij zich met verve heeft verzet tegen het afglijden van de bond. Namens het bestuur en de leden geeft hij de heer Six een boek ten geschenke.

De heer Six maakt in zijn dankwoord van de gelegenheid gebruik om de KNOB een nieuwe aanmoedigingsprijs voor jong talent aan te bieden, bestaande uit een penning en de mogelijkheid om eigen onderzoek in een artikel en/of studiedag aan de leden te presenteren. Namens de leden dankt de nieuwe voorzitter hem hartelijk voor dit initiatief.

 

Rondvraag en sluiting

De heer Van Gessel wijst op een aantal onvolkomenheden in de tekst van het jaarverslag en de uitnodiging voor de Algemene Ledenvergade­ring en de studiemiddag. Hij vraagt het bestuur hier meer zorgvuldig­heid in te betrachten. De heer Luijckx houdt het bestuur voor te denken aan mogelijkheden om binnen Europees verband subsidies aan te vragen. Mevrouw M. de Haas vraagt aandacht voor de positie van mevrouw J.A. van den Berg, de chef de bureau van de KNOB, na de verhuizing naar Delft.De voorzitter deelt in het algemeen mee dat het bestuur alle gemaakte opmerkingen vanuit de ledenvergadering ter harte neemt en zegt toe dat het bestuur op zorgvuldige wijze met mevrouw Van den Berg zal blijven omgaan. Daarna sluit hij de vergadering.